Satan Tegenover ons

Steeds horen we christenen uitspraken doen over Satan en de machten der duisternis. Meestal zijn dit soort uitspraken gericht op het feit dat we niets meer met de duivel te maken hebben, want Jezus heeft hem immers overwonnen. Er zijn ook heel wat kreten van overwinning, terwijl de realiteit van het dagelijkse leven vaak een ander beeld geeft.

Mensen zijn in de strijd, ervaren onderdrukking, ziekte en worden soms zelfs geconfronteerd met de dood. In veel gevallen worden deze tegenslagen gezien als zijnde deel van het leven of een gevolg van de zonde die in de wereld is. Veel aanval wordt weggepraat in de zin dat het om toeval gaat of dat mensen de oorzaak zijn van tegenslag.


In andere kringen worden alle problemen aan de Boze toegeschreven en worden er voortdurende luide gebeden opgezonden naar de hemel of oorlogsvoering gedaan waarbij allerlei machten aangesproken worden. Er worden veel inspanningen verricht, lawaai gemaakt, die echter weinig echt resultaat teweeg brengen. Paulus wijst al op het feit dat hij niet zomaar in den blinde slaat in 1 Corinthiërs 9: 27 maar dat hij ingewijd is in de dimensies van de geestelijke wereld en derhalve precies weet wat hij wel en niet moet doen.


Het is dus belangrijk te begrijpen wat de Bijbel ons leert over onze eigen verantwoordelijkheid en onze positie als christen ten opzichte van de machten der duisternis. In dit artikel trachten we drie duidelijke onderwerpen te beantwoorden:

  1. De overwinning die Jezus behaalde

  2. Satan die nog steeds actief is

  3. De opdracht van het Nieuwe Testament.


1. De overwinning die Jezus behaalde

Johannes verklaart in zijn brief dat Jezus gekomen is om de werken van de Boze te openbaren. Zie 1 Johannes 3: 8. Hij kwam met een duidelijke opdracht van Vader God.

Vanaf het begin trok Hij een klare lijn tussen de werken van God en de werken van de duisternis. In het Oude Testament wordt dit onderscheid niet altijd duidelijk gemaakt maar worden veeleer alle dingen aan God toegeschreven. Er zijn maar enkele verwijzingen naar Satan in het Oude Testament.


Het is ook opmerkelijk dat Johannes schrijft over Jezus dat Hij gekomen is om genade en waarheid te brengen. Lees Johannes 1: 17. Deze twee elementen staan in contrast met de wet van Mozes: genade en waarheid. Met andere woorden de wet zou dus niet de volle waarheid geopenbaard hebben, maar slechts de schaduw van de werkelijkheid getoond hebben. Men zou dus kunnen stellen dat zowel genade als waarheid tekort schoten in het Oude Verbond.


Paulus verklaart in 2 Corinthiërs 4: 4 dat “de god dezer eeuw, de ongelovigen met blindheid geslagen heeft. Door de zonde is er dus een bedekking gekomen over de mensen, waardoor zij de dimensies van de geestelijke wereld niet onderscheiden en derhalve bidt Paulus in Efeze 1: 18 dat de ogen van ons hart zouden geopend worden zodat wij zouden begrijpen waar het om gaat.


God is niet goed en kwaad; God is goed. God is niet licht en duisternis: God is licht. Zie ook 1 Johannes 1: 5. Dit zijn fundamenten die ons verder zullen helpen in te zien wat Jezus voor ons bewerkt heeft en hoe wij ons nu behoren op te stellen ten opzichte van de machten der duisternis.


Jezus kwam in opdracht van Vader God, Die getuigde vanuit de hemel dat Jezus, Zijn Zoon was in wie Hij een welbehagen had. Dit gebeurde vlak nadat Jezus zich door Johannes had laten dopen. Dit getuigenis van God vanuit de hemel veroorzaakte een confrontatie met de vorst der duisternis want onmiddellijk hierna moest Jezus zich aan Satan bewijzen dat Hij waarlijk de Zoon van God was, die Zich niet aan hem zou onderwerpen. Lees Mattheüs 4: 1-11. De Bijbel toont ons dat Jezus veertig dagen vastte om zich op deze ontmoeting voor te bereiden.


Na de drie verzoekingen zegt de Schrift in Lukas 4: 13 dat de duivel Jezus verliet tot een bestemde tijd. Jezus had nu het recht verworven om Satans terrein binnen te treden en het Koninkrijk van God te verkondigen. Overal werden zieken genezen, demonen uitgedreven en zelfs doden opgewekt. Handelingen 10: 38 getuigt dat Jezus is rondgegaan weldoende, genezende allen die door de duivel overweldigd waren, want God was met Hem.

Jezus trainde ook Zijn discipelen met dezelfde opdracht en terwijl zij uitgingen en overal wonderen en bevrijdingen meemaakten, bad Jezus voor hen. De Bijbel zegt dat Jezus de Satan als een bliksem uit de hemel zag vallen. Lees Lukas 10: 18-20. Ook al waren de discipelen zeer opgewonden over het feit dat zelfs de demonen zich onderwierpen in Zijn Naam, gaf Jezus hen de instructie zich daar niet over te verblijden. Zij moesten zich eerder verheugen over het feit dat hun namen geschreven werden in het Boek des Levens. Toch zei Jezus dat Hij hen macht en autoriteit had gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en niets zou hen enig kwaad doen.


Het is interessant even na te denken over het feit dat Satan als een bliksem uit de hemel stortte terwijl de discipelen uitgingen. Satan kon Jezus niet tegenhouden, maar nu waren de discipelen aan het werk en dat ging hem te ver... Hij had dit graag willen stoppen maar Jezus had voor Zijn discipelen gebeden. Zij waren derhalve beschermd en konden hun opdracht verrichten. Sommige mensen menen dat Jezus sprak over de val van Satan aan het begin van de wereld maar dat is niet wat er hier bedoeld wordt. Het gaat hier duidelijk om de opdracht die de discipelen uitwerkten en Satan die hiertegen in opstand wilde komen.


Dit geeft ons inzicht in het feit dat je dus niet zomaar van alles kunt doen... Mensen zullen dan wel argumenteren dat Jezus toen nog niet aan het hout was gehangen. We zullen dus eerst nog verder de kwestie onderzoeken.


Aan het einde van de drie jaar intensieve bediening, kwam Jezus opnieuw in confrontatie met de Boze. Eerst bestraft Hij Satan die via Petrus Hem tracht te beïnvloeden en daarna riep Hij uitdit is uw uur en de macht der duisternis. Lees Lukas 22: 53. Paulus legt dan uit dat de machten der duisternis niet beseft hebben wat ze deden toen ze de Heer kruisigden, anders hadden zij het nooit gedaan. Zie 1 Corinthiërs 2: 6-8.


Toen Jezus aan het hout hing werd het letterlijk nacht. De concentratie van duisternis was zodanig dat het zelfs in het natuurlijke zijn weerslag vond. In Kolossenzen lezen we dan dat Jezus de machten der duisternis heeft ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen heeft gezegevierd. Lees Kolossenzen 2: 15. Dit vers geeft ons de indruk dat de machten der duisternis ontwapend zijn en dus geen macht meer zouden hebben. De Griekse grondtekst zou echter anders vertaald kunnen worden: wanneer we het werkwoord dat met ontwapend vertaald is vertalen in de reflexieve vorm, wat eigenlijk het geval was. De tekst luidt dan als volgt: Hij heeft de machten der duisternis van Zich afgeschud, hen openlijk tentoongesteld en zo heeft Hij over hen gezegevierd. Jezus vocht tegen de machten der duisternis die Zich op Hem stortten. Hij heeft ze van Zich afgeschud.


Toen Hij stierf verklaarde Hij: Mijn God, Mijn God, voor dit doel ben ik gekomen! (Zie de Aramese vertaling van de Bijbel). Een andere vertaling van: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? God heeft Zijn Zoon niet verlaten! De machten der duisternis vergrepen Zich aan Jezus en Hij gaf Zich over in de dood omdat Hij daarmee de grootste overwinning zou behalen: de sleutels van dood en dodenrijk uit de handen van Satan rukken. Jezus heeft het gedeelte van het dodenrijk waar de Oud Testamentische gelovigen wachtten op de verlossing voor altijd afgesloten. Hij voerde krijgsgevangenen mede. De dood is overwonnen! Geen gelovige komt meer in het dodenrijk. Het is nu slechts de plaats voor de ongelovigen die wachten op oordeel.


Wat we ook moeten begrijpen is dat God Jezus een bevel had gegeven en dit vinden we in Johannes 10: 17-18 “Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef om het opnieuw te nemen.Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht het te geven, en heb macht het opnieuw te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen. Zelfs de boze machten konden Jezus niet doden! Hij gaf Zijn leven gewillig in de dood, maar Satan had geen recht op Hem!”


Omdat Jezus onrechtmatig door de Boze aan het hout werd genageld, stelde God dat nu een ieder die in Jezus geloofde vergeving van zonde zou ontvangen en eeuwig leven zou hebben. Jezus kwam om de mens te herstellen in zijn oorspronkelijke opdracht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en ons overgezet in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde. Wij zijn vrijgemaakt van de zondeslavernij om nu de opdracht uit te voeren die Jezus gegeven heeft.


Na de glorieuze opstanding verscheen Jezus aan Zijn discipelen en gaf hen de opdracht het goede nieuws te gaan verkondigen in de gehele wereld. Hij gebood Zijn discipelen te wachten op de uitstorting van de Heilige Geest in Handelingen 1: 8 en na deze gebeurtenis werd de kerk geboren!



2. Satan nog steeds actief

In Hebreeën 2: 8 lezen we dat Jezus de machten der duisternis aan Zich onderworpen heeft, doch dat wij thans nog niet zien dat alles Hem onderworpen is. Het Nieuwe Testament en in het bijzonder de brieven van Paulus, Petrus, Jakobus en Johannes tonen ons dat er nog strijd en tegenstand is die de gelovige zal moeten weerstaan. Uitdrukkingen zoals standhouden, weerstaan, overwinnen, lijden, vervolging zijn allemaal bewijs dat de duisternis nog altijd actief is. Lees bijvoorbeeld Efeze 6: 10-20; 1 Petrus 5: 8 en vele andere soortgelijke schriftgedeelten. In Handelingen 4 ontdekken we dat de eerste gelovigen reeds geconfronteerd werden met duidelijke tegenstand nadat ze getuigd hadden van de opstanding van Jezus Christus. Zie Handelingen 4: 23-31. Paulus, toen nog Saulus, was een vervolger van de gemeente maar na zijn bekering is Paulus zelf degene die veel tegenstand ervoer en zelfs in 2 Corinthiërs 12 verklaarde hij dat een engel des satans hem met vuisten sloeg.


Petrus waarschuwt dat de duivel rondgaat als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden, doch die wij moeten weerstaan in het geloof. In 1 Petrus 2: 21 en verder leert Petrus ons dat Jezus ons een voorbeeld heeft nagelaten opdat wij in Zijn voetsporen zouden wandelen. Hij spreekt daar in de context van het lijden. In 1 Petrus 5: 8-9 stelt Petrus dat hetzelfde lijden aan de broederschap in de wereld wordt toegemeten. Het is de duivel die dit lijden toemeet, want God geeft genade en heerlijkheid aan al diegenen die lijden vanwege het Evangelie. 1 Petrus 5: 10 staat in tegenstelling tot vers 9doch de God van alle genade. Het is dus duidelijk dat God niet de Auteur is van het lijden doch de Boze en zijn machten die ons trachten te hinderen in onze opdracht om het Koninkrijk van God te vestigen op aarde.


Door de eeuwen heen hebben we steeds hetzelfde patroon gezien waar mensen die opstonden voor de naam van de Here Jezus Christus onder zware vervolging kwamen te staan. De tijd van de reformatie is daar een voorbeeld van en velen hebben zelfs hun leven gegeven vanwege de verkondiging van hun geloof.


Matteüs 11: 12 verklaart dat sinds de dagen van Johannes de Doper, het Koninkrijk van God zich aanbreekt met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. Het Koninkrijk van God lijdt aan geweld; de boze is niet blij met de prediking van Jezus en het Koninkrijk en tracht de boodschap te stoppen. Het vraagt dus geweldenaars, mannen en vrouwen met vastberadenheid en moed om ondanks tegenstand door te breken en het licht van God te vestigen, waardoor duisternis moet wijken.



3. De opdracht van het Nieuwe Testament

Het is duidelijk dat elke gelovige de opdracht van Jezus moet vervullen en het Evangelie van het Koninkrijk moet uitdragen. Om dit met vrucht te kunnen doen is het noodzakelijk relatie met Jezus te bouwen en zich te verzekeren dat men bekend is in de geestelijke wereld.


Het verhaal van de zonen van Skevas in Handelingen 19: 14 is daar een duidelijk voorbeeld van. De zonen van Skevas waagden het de naam van Jezus te gebruiken om daarmee een bezetene te bevrijden. De boze geesten stelden hen echter de vraag wie zij waren omdat ze kennelijk niet gekend waren in de geestelijke wereld. Jezus ken ik, en Paulus ken ik, maar wie zijt gij?. We moeten deze vraag kunnen beantwoorden anders staan we erg kwetsbaar en lopen we zelfs gevaar. Het is geen spel en ook geen kwestie van proberen of het werkt.


Paulus wist wie hij was en hij liep niet in den blinde. Hij wist zijn leven rein te houden zodat de Boze geen greep op hem zou hebben. Door de veelheid van openbaring had hij al genoeg tegenstand te verduren! Petrus schrijft dat we de Boze vast in het geloof moeten weerstaan. De Boze zal twijfel zaaien, wij moeten daarom weten wie we zijn.


Er is sprake van een persoonlijke strijd tegen de boze machten maar ook een gezamenlijke strijd die slechts veilig kan gestreden worden mits men staat in de juiste gezagsverhoudingen binnen het leger van God.

Jezus wil dat Zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten. Wij moeten opstaan, als leger van God, zodat we de duisternis terugdringen en het licht van God vestigen op aarde. Die confrontatie vergt inspanningen en moeite om voorwaarts te gaan. Jezus belooft echter grote zegen aan hen die overwinnen, die de boze weerstaan en hun rechten kennen in de geestelijke gebieden.


Paulus onderwijst ook dat de dood een vijand is die ook verdreven moet worden. Het is de laatste vijand. Wij, als christenen, moeten de dood gaan zien als een vijand en met alle macht hem achteruit drijven door het geloof in de opstandingskracht van Jezus Christus. Alles wat destructie, duisternis, ziekte en dood inhoudt, heeft te maken met de machten der duisternis die onder de voeten van Jezus gebracht moeten worden.


Tot slot verklaart Paulus dat thans door middel van de gemeente in Efeze 3: 10 zal de veelkleurige wijsheid van God bekendgemaakt worden. Het is de taak van de gemeente om te verkondigen de dood en opstanding van Christus. Het is nu aan de gemeente om de opdracht te vervullen die Jezus is begonnen toen Hij op aarde kwam en nu heeft Hij ons autoriteit gegeven om de duisternis weg te jagen zowel uit de hemelse gewesten als op aarde. We moeten duisternis naar haar bestemming brengen en hun tegenwoordigheid verwijderen van hemel en aarde.


Zullen wij, als Lichaam van Christus, eindelijk onze opdracht beseffen en krachtig opstaan in het offensief in plaats van defensief te blijven, wachtende op God of op welk ander speciale gebeurtenis vanuit de hemel. WIJ, de kerk, zijn de enigen die geroepen zijn en verantwoordelijk om af te maken wat Jezus begon.



God zegene U,

Irene Maat

0 views
  • Facebook - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle
  • YouTube - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
Open-Heavens-Ministries-black-high-res.p

@openheavensministries

info@openheavens.nl

Oordeelsestraat 58

5111 PL Baarle-Nassau

the Netherlands

Sunday service at 2PM

Bible Study every Wednesday at 7PM on Facebook and YouTube. 

© 2020 by Open Heavens Ministries.